Waarde: Openheid
Openheid is de waarde die ten grondslag ligt aan verschillende principes op deze site. Ik weet dat ik niet alles weet. Dat is geen tekort, maar het beginpunt om te blijven leren en groeien. Mensen zijn daarbij belangrijk. Daarom sta ik serieus open voor ieders perspectief, ook als dat tegen mijn eigen inzicht ingaat.
Wereldbeeld en context
Al bij Socrates begint wijsheid met het erkennen van de grenzen van je eigen kennis. Dat is later samengevat als “ik weet dat ik niets weet”. Het is een verkorting van wat hij in Plato’s Apologie zegt: “ik weet noch denk te weten” (Wikipedia (EN) – I know that I know nothing).
Karl Popper maakte daar een volwaardige kennistheorie van. Alle kennis is voorlopig en hypothetisch. Nooit bewezen, hoogstens (nog) niet weerlegd. Openheid voor herziening is bij Popper dan ook geen deugd die je toevoegt aan goede kennis. Het is een voorwaarde ervoor. Wie zijn overtuigingen niet openstelt voor weerlegging, bedrijft geen wetenschap maar dogma (Stanford Encyclopedia of Philosophy – Karl Popper).
De psychologie heeft hier een eigen naam voor: intellectuele nederigheid. Dat is het vermogen om te erkennen dat een overtuiging die je hebt feitelijk onjuist kan zijn. Het vraagt aandacht voor de beperkingen van je eigen bewijs en beoordelingsvermogen (Wikipedia (EN) – Epistemic humility). Onderzoek van Mark Leary laat zien dat mensen met een hoge intellectuele nederigheid minder dogmatisch zijn. Ze beoordelen anderen ook minder snel op basis van een afwijkende mening (Duke Today – intellectual humility).
Dat vertaalt zich in een concrete vuistregel: Chesterton’s Fence. Ruim geen hek op voordat je weet waarom het daar staat. G.K. Chesterton formuleerde het zo: “If you don’t see the use of it, I certainly won’t let you clear it away. Go away and think. Then, when you can come back and tell me that you do see the use of it, I may allow you to destroy it.” (Chesterton, The Thing, 1929 – via Exercism)
Naast dat epistemische deel is er een menselijk deel. Carol Dweck onderzocht de growth mindset: het geloof dat je vermogens ontwikkelbaar zijn, in plaats van vastliggend. Mensen met die overtuiging leren met meer plezier en gaan beter met tegenslag om. Een fout of correctie is dan geen oordeel over wie je bent, maar informatie om mee te groeien (Stanford Center for Teaching and Learning – Growth Mindset).
Emmanuel Levinas voegt daar een filosofische laag aan toe. Hij koppelt groei aan de ander. De ander confronteert je met iets dat je eigen denken niet kan vatten of herleiden tot wat je al weet. Die confrontatie roept je op tot verantwoordelijkheid, niet tot het gelijk krijgen van je eigen kader (Stanford Encyclopedia of Philosophy – Emmanuel Levinas).
Dit sluit Bijbels aan bij Spreuken 3:5. Daar komen precies dezelfde twee kanten samen: “Vertrouw op de HEER met heel je hart, steun niet op eigen inzicht” (Spreuken 3, NBV21).
Paulus zet in 1 Korintiërs 13 die beperktheid nog scherper: “ons kennen schiet tekort… nu zien we nog maar een afspiegeling, een raadselachtig beeld” (1 Korintiërs 13, NBV21). Zelfs de meest fundamentele kennis is hier voorlopig. Dat is, eeuwen voor Popper, hetzelfde fallibilisme.
Het mensgerichte deel krijgt in Filippenzen 2 een directe vertaling: “acht in alle nederigheid de ander belangrijker dan uzelf… heb niet alleen uw eigen belangen voor ogen, maar ook die van de ander” (Filippenzen 2, NBV21). Dat is vrijwel Levinas’ aanspraak van de ander, maar dan als aansporing.
Deze bronnen zijn filosofisch, psychologisch en Bijbels. Ze hebben iets gemeen: openheid begint niet bij het aanleren van een vaardigheid, maar bij het accepteren van een grens. Ik weet niet alles. Mijn vermogens liggen niet vast. En de ander weet of ziet iets dat ik nog niet zie. Vanuit die grens ontstaat pas de wens om te leren en te groeien. Ook het serieus nemen van ieders perspectief komt daaruit voort. Niet als tactiek om mensen mee te krijgen, maar omdat mensen daadwerkelijk iets kunnen zien wat ik niet zie.
De waarde
Ik weet dat ik niet alles weet. Dat is geen tekort, maar het beginpunt om te blijven leren en groeien. Mensen zijn daarbij belangrijk. Ieders perspectief kan iets bevatten dat ik nog niet zie. Daarom sta ik daar serieus voor open, ook als het tegen mijn eigen inzicht ingaat.
Consequenties
Het principe zelf is universeel. Wat het betekent, verschilt per domein.
Algemeen / leven – behandel feedback, correctie of tegenspraak als informatie om van te leren, niet als aanval op wie je bent. Zoek actief het perspectief op van mensen die iets anders hebben meegemaakt dan jij, juist wanneer dat oncomfortabel is. Verdedig je een overtuiging omdat het jouw overtuiging is, en niet omdat ze nog klopt? Herken dat als een signaal, niet als standvastigheid.
Architectuur / vakgebied – behandel een ontwerp als een hypothese, niet als een waarheid. Zoek zelf naar het bewijs dat je ontwerp zou weerleggen, in plaats van alleen bevestiging op te halen. Neem de inbreng van gebruikers, opdrachtgevers en collega’s serieus, juist als die haaks staat op je eigen aanpak. Zij zien vaak iets van de werkelijkheid dat in het ontwerp nog niet is meegenomen. Chesterton’s Fence geldt hier net zo goed. Onderzoek eerst waarom een bestaand systeem, proces of workaround er staat, vóór je het vervangt. Het kan kennis bevatten die nergens gedocumenteerd is.
Deze waarde wordt concreet toegepast in Principe: Omdenken. Daar wordt dezelfde fallibilisme-lijn (Popper) toegepast op modellen en redeneringen over de werkelijkheid. Ook in Principe: Mens centraal komt ze terug. Daar wordt dezelfde epistemische nederigheid toegepast op mensen en weerstand specifiek.
Referenties
- Wikipedia (EN) – I know that I know nothing
- Stanford Encyclopedia of Philosophy – Karl Popper
- Wikipedia (EN) – Epistemic humility
- Duke Today – intellectual humility (Mark Leary)
- Chesterton’s Fence – Exercism
- Stanford Center for Teaching and Learning – Growth Mindset
- Stanford Encyclopedia of Philosophy – Emmanuel Levinas
- Spreuken 3, NBV21
- 1 Korintiërs 13, NBV21
- Filippenzen 2, NBV21